18-12-2016 - 2016 voorbij

Het is stil in de oude polder van Pijnacker. Dikke mistflarden verhullen alles dat op vijftig tot honderd meter van mij vandaan ligt. Ook alle geluiden worden gedempt. Het is oorverdovend stil, om het zo maar eens te zeggen. Heel af en toe krijst er een reiger die zijn ongenoegen over iets wil laten blijken. Soms hoor ik één van de honderden meerkoeten even alarm slaan of vechtend achter een rivaal aan spetteren. Uit de mistdeken klinkt af en toe het opgewonden gakken van ganzen. Maar voor de rest is het heerlijk stil.
 
De zon staat op dit vroege uur nog laag en het gefilterde licht legt een diffuse sluier over het landschap. Het fotograferen geeft me veel rust. Hoewel mijn wereld door de mist erg klein wordt gemaakt, zie ik overal om me heen allerlei details die het fotograferen meer dan waard zijn.
Het water in de vaarten en tochten is net zo glad als een paar dagen terug toen ze nog door een dikke ijslaag werden bedekt. De donkere oeverbegroeiing wordt nu haarscherp symmetrisch weerspiegeld.
Als de mist een beetje begint op te trekken kijk ik uit over het grasland dat dor en doods voor me ligt. Er staat een grote witte reiger langs één van de tochten. Een eindje verderop staat ook nog één van zijn blauwe neven. Op een groep grauwe ganzen in de verte na, is het hele gebied leeg en verlaten. 
 
Ik kijk rond en bedenk me dat zich hier volgend voorjaar de eerste tekenen van glanshaverhooiland gaan aftekenen. Met hoog opschietende grassoorten als glanshaver, grote vossenstaart, timotheegras, kamgras en veldgerst die beschutting bieden aan broedende weidevogels als de tureluur, wulp, scholekster, kievit en hopelijk ook aan de grutto. Hun kuikens kunnen zich dan naar alle waarschijnlijkheid tegoed doen aan allerlei verschillende insecten die afkomen op de grote variëteit aan kruiden die in dit soort graslanden thuishoort. 
 
Ik hoop toch zo dat dit meerjarenproject uiteindelijk zal slagen en ik kijk reikhalzend uit naar de maand maart, waarin onder leiding van de beheerder vrijwilligers het grasland behoedzaam zullen betreden om zoveel mogelijk nesten met stokken te markeren, zodat uiterlijk twee maanden later de maaiers van de beheergroep met zorg te werk kunnen gaan. Want maaien moet nu eenmaal gebeuren om het glanshaverhooiland tot volledige ontwikkeling te laten komen.
 
Enfin. Ik sta hier op de witte brug een beetje te dagdromen. Eerst moeten we het oude jaar nog uitluiden en de komende wintermaanden zien door te komen. Vanuit een mistig glanshaverhooiland wens ik iedereen een mooie Kerst en goede jaarwisseling.   
Het is stil in de oude polder van Pijnacker. Dikke mistflarden verhullen alles dat op vijftig tot honderd meter van mij vandaan ligt. Ook alle geluiden worden gedempt. Het is oorverdovend stil, om het zo maar eens te zeggen. Heel af en toe krijst er een reiger die zijn ongenoegen over iets wil laten blijken. Soms hoor ik één van de honderden meerkoeten even alarm slaan of vechtend achter een rivaal aan spetteren. Uit de mistdeken klinkt af en toe het opgewonden gakken van ganzen. Maar voor de rest is het heerlijk stil.
 
De zon staat op dit vroege uur nog laag en het gefilterde licht legt een diffuse sluier over het landschap. Het fotograferen geeft me veel rust. Hoewel mijn wereld door de mist erg klein wordt gemaakt, zie ik overal om me heen allerlei details die het fotograferen meer dan waard zijn.
Het water in de vaarten en tochten is net zo glad als een paar dagen terug toen ze nog door een dikke ijslaag werden bedekt. De donkere oeverbegroeiing wordt nu haarscherp symmetrisch weerspiegeld.
Als de mist een beetje begint op te trekken kijk ik uit over het grasland dat dor en doods voor me ligt. Er staat een grote witte reiger langs één van de tochten. Een eindje verderop staat ook nog één van zijn blauwe neven. Op een groep grauwe ganzen in de verte na, is het hele gebied leeg en verlaten. 
 
Ik kijk rond en bedenk me dat zich hier volgend voorjaar de eerste tekenen van glanshaverhooiland gaan aftekenen. Met hoog opschietende grassoorten als glanshaver, grote vossenstaart, timotheegras, kamgras en veldgerst die beschutting bieden aan broedende weidevogels als de tureluur, wulp, scholekster, kievit en hopelijk ook aan de grutto. Hun kuikens kunnen zich dan naar alle waarschijnlijkheid tegoed doen aan allerlei verschillende insecten die afkomen op de grote variëteit aan kruiden die in dit soort graslanden thuishoort. 
 
Ik hoop toch zo dat dit meerjarenproject uiteindelijk zal slagen en ik kijk reikhalzend uit naar de maand maart, waarin onder leiding van de beheerder vrijwilligers het grasland behoedzaam zullen betreden om zoveel mogelijk nesten met stokken te markeren, zodat uiterlijk twee maanden later de maaiers van de beheergroep met zorg te werk kunnen gaan. Want maaien moet nu eenmaal gebeuren om het glanshaverhooiland tot volledige ontwikkeling te laten komen.
 
Enfin. Ik sta hier op de witte brug een beetje te dagdromen. Eerst moeten we het oude jaar nog uitluiden en de komende wintermaanden zien door te komen. Vanuit een mistig glanshaverhooiland wens ik iedereen een mooie Kerst en goede jaarwisseling.   
Het is stil in de oude polder van Pijnacker. Dikke mistflarden verhullen alles dat op vijftig tot honderd meter van mij vandaan ligt. Ook alle geluiden worden gedempt. Het is oorverdovend stil, om het zo maar eens te zeggen. Heel af en toe krijst er een reiger die zijn ongenoegen over iets wil laten blijken. Soms hoor ik één van de honderden meerkoeten even alarm slaan of vechtend achter een rivaal aan spetteren. Uit de mistdeken klinkt af en toe het opgewonden gakken van ganzen. Maar voor de rest is het heerlijk stil.
 
De zon staat op dit vroege uur nog laag en het gefilterde licht legt een diffuse sluier over het landschap. Het fotograferen geeft me veel rust. Hoewel mijn wereld door de mist erg klein wordt gemaakt, zie ik overal om me heen allerlei details die het fotograferen meer dan waard zijn.
 
Het water in de vaarten en tochten is net zo glad als een paar dagen terug toen ze nog door een dikke ijslaag werden bedekt. De donkere oeverbegroeiing wordt nu haarscherp symmetrisch weerspiegeld.
 
Als de mist een beetje begint op te trekken kijk ik uit over het grasland dat dor en doods voor me ligt. Er staat een grote witte reiger langs één van de tochten. Een eindje verderop staat ook nog één van zijn blauwe neven. Op een groep grauwe ganzen in de verte na, is het hele gebied leeg en verlaten. 
 
Ik kijk rond en bedenk me dat zich hier volgend voorjaar de eerste tekenen van glanshaverhooiland gaan aftekenen. Met hoog opschietende grassoorten als glanshaver, grote vossenstaart, timotheegras, kamgras en veldgerst die beschutting bieden aan broedende weidevogels als de tureluur, wulp, scholekster, kievit en hopelijk ook aan de grutto. Hun kuikens kunnen zich dan naar alle waarschijnlijkheid tegoed doen aan allerlei verschillende insecten die afkomen op de grote variëteit aan kruiden die in dit soort graslanden thuishoort. 
 
Ik hoop toch zo dat dit meerjarenproject uiteindelijk zal slagen en ik kijk reikhalzend uit naar de maand maart, waarin onder leiding van de beheerder vrijwilligers het grasland behoedzaam zullen betreden om zoveel mogelijk nesten met stokken te markeren, zodat uiterlijk twee maanden later de maaiers van de beheergroep met zorg te werk kunnen gaan. Want maaien moet nu eenmaal gebeuren om het glanshaverhooiland tot volledige ontwikkeling te laten komen.
 
Enfin. Ik sta hier op de witte brug een beetje te dagdromen. Eerst moeten we het oude jaar nog uitluiden en de komende wintermaanden zien door te komen. Vanuit een mistig glanshaverhooiland wens ik iedereen een mooie Kerst en goede jaarwisseling.   
 

« terug