14-07-2017 - Natuurexcursie De Groenzoom 12 juli 2017: Over grazers, pluizen, kontjes en kemphanen

De afgelopen dagen viel de regen met bakken uit de lucht. Dat was weleens nodig na de vrij lange droge periode die achter ons ligt. Ook vanochtend nog gutsten grote regendruppels op het glazen dak van Theetuin De Groenzoom, waar slechts twee doorzetters zich hadden gemeld voor natuurexcursie. Het zag er slecht uit, maar even na één uur trok het grijze wolkendek open en nam Groenzoombeheerder Cor Noorman de wandelaars mee op route voor de eerste excursie.
 
De groep belangstellenden voor de excursie van drie uur is aanzienlijk groter: 25 enthousiaste deelnemers lopen na het welkomstwoord van de natuurgids achter hem aan de Stropersweg op. 
 
Wijzend op het grazende rundvee in een gedeelte van deelgebied 3 -Noordersingel- vertelt Cor over een van de belangrijke doelstellingen van de Beheercombinatie, namelijk het vergroten van de biodiversiteit. De grond in het gebied is historisch gezien altijd verrijkt door overbemesting, waardoor de flora tamelijk eentonig is geworden. Om die eentonigheid een halt terug te dringen ligt het accent op begrazingsbeheer dat voorschrijft dat in dit gedeelte van De Groenzoom maximaal 4 runderen per hectare mogen grazen. Hiermee wordt voorkomen dat de graslanden binnen korte tijd volledig kaalgevreten worden, waardoor een biljartlakenachtig beeld zou ontstaan, maar juist kruiden kans krijgen zich te ontwikkelen. 
 
Een ander aspect dat bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit is de toepassing van een nieuwe maaimethodiek, vertelt Cor. Het heet sinusmaaien, waarbij het grasland gedurende opeenvolgende maaiperiodes afwisselend in hoogte en breedte wordt gemaaid. Door de grillige, golf- of sinusvormige maaivorm ontstaan meerdere microklimaten, levert het gebied langer voeding - lees nectar - voor vlinders en andere insecten en kunnen bloemen en planten zich beter uitzaaien. Bovendien biedt deze maaimethodiek grotere veiligheid voor de in het gebied levende dieren en insecten.
 
En dan is er nog het verwerken van de grote hoeveelheden maaisel. Als dat voor het overgrote deel uit 'goede' grassoorten bestaat dan is het uitermate geschikt als veevoer. Bevat het maaisel echter veel distels dan ging dat voorheen linea recta naar de verbrandingsovens - een allesbehalve duurzame oplossing. In overleg met eigenaren van omliggende veehouderijen werd daarom afgesproken dit maaisel als strooisellaag op de stalvloeren te gebruiken. In combinatie met de mest van het daar vertoevende vee levert dat ruige mest op, die weer gebruikt wordt voor verrijking van de agrarische grond. In De Groenzoom wordt geen bemesting toegepast omdat de grond, zoals eerder opgemerkt, al erg rijk is en dus verarmd moet worden. Maaien en afvoeren van het maaisel werkt die grondverarming in de hand, hetgeen leidt tot vergroting van de floradiversiteit.
 
De in De Groenzoom voorkomende akkerdistel wordt tegenwoordig beteugeld door ze voor de bloeitijd te maaien. Daarmee wordt voorkomen dat de zaadpluizen voor overlast zorgen bij omwonenden. Op stukken die verder weg liggen blijven ze evenwel staan om te dienen als ideale leefomgeving voor allerlei vlindersoorten en honingbijen.
 
Tijdens de wandeling trekt de wind stevig aan en vliegen er weinig insecten, maar op een groepje distels dat naast de Stropersweg groeit wijst Cor een steenhommel aan: een geheel zwarte hommel met een rood kontje. 
 
Op een andere bloem zit een hommel met twee gele banden op het zwarte lijf en een wit kontje, de kenmerken van de aardhommel, legt Cor uit. Het onderscheid zit 'm in de kleur van het kontje. 
 
Bij de brug over de Noordersingel laat een tureluur een waarschuwende roep horen voor haar jong dat even verderop in het ondiepe water naar voedsel loopt te zoeken. Drie kemphanen vliegen, gedragen door de aanwakkerende wind, laag over de groep heen. Als broedvogel is dit dier met zijn karakteristieke verenkraag in Nederland vrij zeldzaam. Net als de tureluur, scholekster en grutto beginnen ze zich in deze tijd van het jaar onder andere in De Groenzoom te verzamelen om binnenkort naar hun overwinteringsgebieden te vertrekken.  
 
De grauwe en grote Canadese ganzen die aan de overkant van het water in het plasdrasgebied zitten, zijn overzomerende vogels die hier het hele jaar blijven en niet naar de overwinteringsgebieden vliegen - waarom zo ver vliegen als de Hollandse winters steeds milder worden?
 
Gedurende de afgelopen twee uur is het steeds harder gaan waaien en de laatste paar honderd meter van de rondleiding moet stevig worden doorgestapt om vooruit te komen.
 
Na deze wederom geslaagde natuurexcursie en het afrondende praatje van beheerder Cor Noorman splitst de groep zich gewoontegetrouw altijd op in vertrekkers en nazitters. De laatsten laten zich ter afsluiting van deze informatieve middag de heerlijke kruidenthee en het geurig gebakken Groenzoompje van de altijd innemende Theetuindames goed smaken. 
 
©JanSmith

« terug