15-06-2018 - Natuurexcursie Oostmeerpolder

De weergoden zijn de zeventien deelnemers aan de natuurexcursie van woensdag 13 juni gunstig gezind. Onder een strak blauwe lucht geeft Groenzoombeheerder Cor Noorman tekst en uitleg over alles dat leeft, groeit en bloeit in het moerasgebied en de uitgestrekte rietvelden van de Oostmeerpolder – deelgebied 1 van De Groenzoom.
 
Allerlei
Na het korte algemene inleidende praatje, wijst Cor op de gemaaide banen van circa een meter breed langs alle fietspaden. Het zijn zogenoemde meterstroken en ze dienen ter bevordering van de verkeersveiligheid. Ook de kades in het gebied zijn inmiddels gemaaid, maar nu om hinder voor omwonenden door ronddwarrelend distelzaad te voorkomen.
In een van de door hoge rietkragen omzoomde plassen staat een eenzame lepelaar te foerageren. Deze vogelsoort is wel in De Groenzoom aanwezig, maar het gebied is te onrustig voor het verkrijgen van broedsucces. Boven het water en hoog in de lucht vertonen zwaluwen hun acrobatische vliegkunsten. "Er zitten gierzwaluwen, huiszwaluwen en ook oeverzwaluwen tussen. Die laatsten zijn goed herkenbaar aan hun egaal lichtbruine bovenkant. Onder veel bruggen in het gebied hebben boerenzwaluwen hun nesten gebouwd", zo vertelt Cor.
 
Bijen, hommels en dagvlinders
Langs het wandelpad door het gebied groeit veel koolzaad, het kleinere streepzaad en een drietal distelsoorten; stuk voor stuk planten die belangrijke voedselbronnen vormen voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten die op zoek zijn naar stuifmeel en nectar. Bloemen die door bijen worden bestoven produceren minder nectar en om aan voldoende voeding te komen moet een bij honderden bloemen per dag bezoeken, waardoor de bestuiving buitengewoon effectief is. De nectar bevindt zich vaak onderin de bloem zodat het insect gedwongen wordt zich langs de voorplantingsorganen van de plant te bewegen en zo het stuifmeel van de ene naar de andere bloem overbrengt. 
Op de talrijke distels komen veel witjes af, zoals het klein geaderd witje, dat  herkenbaar is aan de vage zwarte aders die op de vleugels zitten, het zwarte vlakje op beide vleugels is ook onregelmatig van vorm. 
Het klein koolwitje, daarentegen, heeft een kleine, strak begrensde zwarte vleugelpunt en het vleugelvlekje is ronder en kleiner dan dat van het geaderd witje.
In De Groenzoom zijn tot nu toe 19 verschillende dagvlindersoorten waargenomen, waaronder de kleine vos, het groot dikkopje, het zwartsprietdikkopje, de dagpauwoog, het landkaartje en de genoemde witjes.
De meeste vlinders leven van nectar, het stroperig vocht dat ze met hun lange roltong uit de bloem halen. 
Cor vertelt dat dagvlinders hun eitjes afzetten onder of op bladeren van de plant die later door de rups gegeten zal worden: de zogenaamde waardplant. Veel rupsen zijn erg kieskeurig; zo eten de rupsen van de kleine vos, dagpauwoog, landkaartje en atalanta alleen brandnetel – dat is hun waardplant. De rupsen van de kleine vuurvlinder zijn op hun beurt dol op verschillende soorten zuring. De rupsen van witjes leven voornamelijk van koolplanten waaronder ook het koolzaad. 
 
Ruiende eenden en overzomerende ganzen
Op een begroeide slibbank rust een paartje slobeenden. Op het water zwemmen wilde eenden en hoewel het mannetje van de wilde eend in het algemeen een zeer kleurrijk verschijning is, ziet hij er nu niet uit. De eenden zijn in de rui en verliezen niet alleen hun kleuren, maar ook hun slagpennen. Totdat de nieuwe weer zijn aangegroeid kan manlief niet vliegen en is dus vrij kwetsbaar in zijn zogenoemde eclipskleed - het tijdelijke bruine pak dat sterk lijkt op dat van zijn vrouwtje. Niet getreurd echter, want het is overdag een doeltreffende schutkleur en als er echt gevaar dreigt vluchten de eenden massaal de rietkragen in waar ze veiliger zijn voor predatoren. 
Op het grote water zwemmen enkele tientallen grauwe ganzen, waarover Cor weet te vertellen dat ze door veranderende klimatologische omstandigheden steeds vaker in ons land overwinteren. Normaal gaan ze aan het eind van onze koude periode op de vleugels naar het Noorden, maar ook dat patroon is onderhevig aan een wijziging: de meeste grauwe ganzen blijven in Nederland. Het zijn nu dus overzomerende grauwe ganzen. Cor telt elk jaar rond half juli alle grauwe ganzen in het gebied om inzicht te krijgen in toe- of afname van hun  aantal. 
 
Over natuurexcursies in De Groenzoom valt zo veel te vertellen, dat het ondoenlijk is hiervan een kort verslag te schrijven. Meld je gewoon eens aan voor de volgende keer en doe, net als de groep van vandaag, veel kennis op over de natuur in dit verrassend veelzijdige natuur- en recreatiegebied.
Aanmelden voor de excursie van 11 juli aanstaande kan t/m 4 juli via beheer@degroenzoom.nl
De weergoden zijn de zeventien deelnemers aan de natuurexcursie van woensdag 13 juni gunstig gezind. Onder een strak blauwe lucht geeft Groenzoombeheerder Cor Noorman tekst en uitleg over alles dat leeft, groeit en bloeit in het moerasgebied en de uitgestrekte rietvelden van de Oostmeerpolder – deelgebied 1 van De Groenzoom.
 
Allerlei
Na het korte algemene inleidende praatje, wijst Cor op de gemaaide banen van circa een meter breed langs alle fietspaden. Het zijn zogenoemde meterstroken en ze dienen ter bevordering van de verkeersveiligheid. Ook de kades in het gebied zijn inmiddels gemaaid, maar nu om hinder voor omwonenden door ronddwarrelend distelzaad te voorkomen.
 
In een van de door hoge rietkragen omzoomde plassen staat een eenzame lepelaar te foerageren. Deze vogelsoort is wel in De Groenzoom aanwezig, maar het gebied is te onrustig voor het verkrijgen van broedsucces. Boven het water en hoog in de lucht vertonen zwaluwen hun acrobatische vliegkunsten. "Er zitten gierzwaluwen, huiszwaluwen en ook oeverzwaluwen tussen. Die laatsten zijn goed herkenbaar aan hun egaal lichtbruine bovenkant. Onder veel bruggen in het gebied hebben boerenzwaluwen hun nesten gebouwd", zo vertelt Cor.
 
Bijen, hommels en dagvlinders
Langs het wandelpad door het gebied groeit veel koolzaad, het kleinere streepzaad en een drietal distelsoorten; stuk voor stuk planten die belangrijke voedselbronnen vormen voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten die op zoek zijn naar stuifmeel en nectar. Bloemen die door bijen worden bestoven produceren minder nectar en om aan voldoende voeding te komen moet een bij honderden bloemen per dag bezoeken, waardoor de bestuiving buitengewoon effectief is. De nectar bevindt zich vaak onderin de bloem zodat het insect gedwongen wordt zich langs de voorplantingsorganen van de plant te bewegen en zo het stuifmeel van de ene naar de andere bloem overbrengt. 
 
Op de talrijke distels komen veel witjes af, zoals het klein geaderd witje, dat  herkenbaar is aan de vage zwarte aders die op de vleugels zitten, het zwarte vlakje op beide vleugels is ook onregelmatig van vorm. 
 
Het klein koolwitje, daarentegen, heeft een kleine, strak begrensde zwarte vleugelpunt en het vleugelvlekje is ronder en kleiner dan dat van het geaderd witje.
In De Groenzoom zijn tot nu toe 19 verschillende dagvlindersoorten waargenomen, waaronder de kleine vos, het groot dikkopje, het zwartsprietdikkopje, de dagpauwoog, het landkaartje en de genoemde witjes.
 
De meeste vlinders leven van nectar, het stroperig vocht dat ze met hun lange roltong uit de bloem halen. 
 
Cor vertelt dat dagvlinders hun eitjes afzetten onder of op bladeren van de plant die later door de rups gegeten zal worden: de zogenaamde waardplant. Veel rupsen zijn erg kieskeurig; zo eten de rupsen van de kleine vos, dagpauwoog, landkaartje en atalanta alleen brandnetel – dat is hun waardplant. De rupsen van de kleine vuurvlinder zijn op hun beurt dol op verschillende soorten zuring. De rupsen van witjes leven voornamelijk van koolplanten waaronder ook het koolzaad. 
 
Ruiende eenden en overzomerende ganzen
Op een begroeide slibbank rust een paartje slobeenden. Op het water zwemmen wilde eenden en hoewel het mannetje van de wilde eend in het algemeen een zeer kleurrijk verschijning is, ziet hij er nu niet uit. De eenden zijn in de rui en verliezen niet alleen hun kleuren, maar ook hun slagpennen. Totdat de nieuwe weer zijn aangegroeid kan manlief niet vliegen en is dus vrij kwetsbaar in zijn zogenoemde eclipskleed - het tijdelijke bruine pak dat sterk lijkt op dat van zijn vrouwtje. Niet getreurd echter, want het is overdag een doeltreffende schutkleur en als er echt gevaar dreigt vluchten de eenden massaal de rietkragen in waar ze veiliger zijn voor predatoren. 
 
Op het grote water zwemmen enkele tientallen grauwe ganzen, waarover Cor weet te vertellen dat ze door veranderende klimatologische omstandigheden steeds vaker in ons land overwinteren. Normaal gaan ze aan het eind van onze koude periode op de vleugels naar het Noorden, maar ook dat patroon is onderhevig aan een wijziging: de meeste grauwe ganzen blijven in Nederland. Het zijn nu dus overzomerende grauwe ganzen. Cor telt elk jaar rond half juli alle grauwe ganzen in het gebied om inzicht te krijgen in toe- of afname van hun  aantal. 
 
Over natuurexcursies in De Groenzoom valt zo veel te vertellen, dat het ondoenlijk is hiervan een kort verslag te schrijven. Meld je gewoon eens aan voor de volgende keer en doe, net als de groep van vandaag, veel kennis op over de natuur in dit verrassend veelzijdige natuur- en recreatiegebied.
 
Aanmelden voor de excursie van 11 juli aanstaande kan t/m 4 juli via beheer@degroenzoom.nl.
 
© JanSmith
 

« terug