08-12-2016 - Rondje in Decemberkou

Het is alweer bijna half december, de rook van de stoomboot is achter de horizon verdwenen, alle pakjes uitgepakt, alle kinderen zijn voorlopig zoet met al het nieuwe speelgoed en kruidnoten en warme chocolademelk kan ik even niet meer zien.
 
Tijd om even lekker een frisse neus te halen in mijn geliefde polderland. Warme jas en handschoenen aangetrokken, verrekijker en camera omgehangen en trappen maar.
 
De tweede vorstgolf van deze winter laat zich gelden en de tranen druipen langs mijn wangen. Even doortrappen om warm te blijven. 
Hoe zou het zijn met alle vogels in 'mijn' gebied? Zullen er mogelijk een stel al vastzitten in het ijs? Niet te hopen, maar ik neem me voor om er speciaal op te letten. Ook de alarmerende berichten in de media over de vogelgriep-epidemie maken dat ik extra alert ben op dode vogels. 
De vorige dag had ik een grote Canadese gans nogal futloos zien ronddobberen in een van de tochten en ik besluit eerst om er naartoe te fietsen.
 
Door mijn kijker zie ik dat er een grote groep smienten, kuifeendjes en wat krakeenden in het nog niet bevroren stuk water zwemmen. Op de oever lopen er flink wat te foerageren. Eerst maak ik op mijn tablet melding van mijn waarneming op de app ObsMapp. Na het uploaden komen de resultaten direct op de website van www.groenzoom.waarneming.nl te staan. Zo hebben alle belanghebbenden direct alle informatie tot hun beschikking. 
 
Als ik even later voorzichtig wat dichterbij probeer te komen, begint de hele drijvende vergadering hard te fluiten. Die beesten hebben ogen in hun achterhoofd, geloof ik. Veiligheidshalve kiezen ze er toch voor om massaal op te vliegen en hun heil verderop in de tocht te zoeken. Ik maak snel wat foto's van de fladderende groep.
 
Niet lang daarna zie ik de Canadees dobberen. Bewegingloos ligt het grote lijf tegen de oever, ingeklemd tussen wat rietstobben. Ik loop over de brug en langs de kant om hem wat beter te kunnen bekijken. Zijn kop hangt diep in het water, hij of zij heeft de nacht duidelijk niet overleefd. Ik maak er een foto van en bel de beheerder van de Groenzoom. Binnen tien minuten voegt Cor Noorman zich bij me. Het kadaver zal hij laten onderzoeken op het gevreesde virus, want je weet maar nooit. 
 
Na een altijd weer leerzaam gesprek met Cor over dit natuurgebied, scheiden onze wegen weer. Als ik een kwartiertje verderop afstap om een moment van de weldadige rust te genieten, valt mijn oog op nog een dode gans. Hij ligt midden in het grasland tussen een bos bruin verdorde sprieten. Rond het dode lijf van deze Canadees liggen kleine donsveren te trillen in de straffe wind en als ik dichterbij kom, zie ik dat hij gedeeltelijk geplukt is en ook al behoorlijk aangevreten. Duidelijk het werk van een vos, zo te zien.
 
Ook dit keer meld ik het dode geval aan Cor en als hij de situatie ter plaatse heeft bekeken weet hij me te vertellen dat kadavers met het oog op de griep normaal gesproken snel verwijderd moeten worden om te voorkomen dat kraaien of andere aaseters erop aanvallen. Ze zijn er altijd als de kippen bij als het gaat om een lekker hapje. Maar omdat het hier duidelijk het werk van een vos betreft en er geen aanwijzingen zijn dat er sprake is van een griepslachtoffer, besluit Cor dit dode dier te laten liggen.
 
Als ik de volgende dag nog even ter plekke kom kijken, vind ik er, behalve heel veel losse veren en dons, alleen nog de kaalgevreten ribbenkast. Het waait vandaag veel harder dan gisteren en het is verrekte koud. Op naar de kachel.

Het is alweer bijna half december, de rook van de stoomboot is achter de horizon verdwenen, alle pakjes uitgepakt, alle kinderen zijn voorlopig zoet met al het nieuwe speelgoed en kruidnoten en warme chocolademelk kan ik even niet meer zien.

Tijd om even lekker een frisse neus te halen in mijn geliefde polderland. Warme jas en handschoenen aangetrokken, verrekijker en camera omgehangen en trappen maar.

De tweede vorstgolf van deze winter laat zich gelden en de tranen druipen langs mijn wangen. Even doortrappen om warm te blijven.

Hoe zou het zijn met alle vogels in 'mijn' gebied? Zullen er mogelijk een stel al vastzitten in het ijs? Niet te hopen, maar ik neem me voor om er speciaal op te letten. Ook de alarmerende berichten in de media over de vogelgriep-epidemie maken dat ik extra alert ben op dode vogels.

De vorige dag had ik een grote Canadese gans nogal futloos zien ronddobberen in een van de tochten en ik besluit eerst om er naartoe te fietsen.

Door mijn kijker zie ik dat er een grote groep smienten, kuifeendjes en wat krakeenden in het nog niet bevroren stuk water zwemmen. Op de oever lopen er flink wat te foerageren. Eerst maak ik op mijn tablet melding van mijn waarneming op de app ObsMapp. Na het uploaden komen de resultaten direct op de website van www.groenzoom.waarneming.nl te staan. Zo hebben alle belanghebbenden direct alle informatie tot hun beschikking.

Als ik even later voorzichtig wat dichterbij probeer te komen, begint de hele drijvende vergadering hard te fluiten. Die beesten hebben ogen in hun achterhoofd, geloof ik. Veiligheidshalve kiezen ze er toch voor om massaal op te vliegen en hun heil verderop in de tocht te zoeken. Ik maak snel wat foto's van de fladderende groep.

Niet lang daarna zie ik de Canadees dobberen. Bewegingloos ligt het grote lijf tegen de oever, ingeklemd tussen wat rietstobben. Ik loop over de brug en langs de kant om hem wat beter te kunnen bekijken. Zijn kop hangt diep in het water, hij of zij heeft de nacht duidelijk niet overleefd. Ik maak er een foto van en bel de beheerder van de Groenzoom. Binnen tien minuten voegt Cor Noorman zich bij me. Het kadaver zal hij laten onderzoeken op het gevreesde virus, want je weet maar nooit.

Na een altijd weer leerzaam gesprek met Cor over dit natuurgebied, scheiden onze wegen weer. Als ik een kwartiertje verderop afstap om een moment van de weldadige rust te genieten, valt mijn oog op nog een dode gans. Hij ligt midden in het grasland tussen een bos bruin verdorde sprieten. Rond het dode lijf van deze Canadees liggen kleine donsveren te trillen in de straffe wind en als ik dichterbij kom, zie ik dat hij gedeeltelijk geplukt is en ook al behoorlijk aangevreten. Duidelijk het werk van een vos, zo te zien.

Ook dit keer meld ik het dode geval aan Cor en als hij de situatie ter plaatse heeft bekeken weet hij me te vertellen dat kadavers met het oog op de griep normaal gesproken snel verwijderd moeten worden om te voorkomen dat kraaien of andere aaseters erop aanvallen. Ze zijn er altijd als de kippen bij als het gaat om een lekker hapje. Maar omdat het hier duidelijk het werk van een vos betreft en er geen aanwijzingen zijn dat er sprake is van een griepslachtoffer, besluit Cor dit dode dier te laten liggen.

Als ik de volgende dag nog even ter plekke kom kijken, vind ik er, behalve heel veel losse veren en dons, alleen nog de kaalgevreten ribbenkast.
Vos blij, wij blij. Ik fiets vrolijk verder. 
Nou ja, vrolijk. Het waait vandaag veel harder dan gisteren en het is verrekte koud. 
Op naar de kachel.
Als ik de volgende dag nog even ter plekke kom kijken, vind ik er, behalve heel veel losse veren en dons, alleen nog de kaalgevreten ribbenkast.
Vos blij, wij blij. Ik fiets vrolijk verder. 
Nou ja, vrolijk. Het waait vandaag veel harder dan gisteren en het is verrekte koud. 
Op naar de kachel.
Als ik de volgende dag nog even ter plekke kom kijken, vind ik er, behalve heel veel losse veren en dons, alleen nog de kaalgevreten ribbenkast.
Vos blij, wij blij. Ik fiets vrolijk verder. Nou ja, vrolijk. Het waait vandaag veel harder dan gisteren en het is verrekte koud. Op naar de kachel.
 

« terug