31-10-2016 - Telling broedvogels in De Groenzoom

Vorige week is er een bijeenkomst geweest bij Rotta met broedvogeltellesr. Zo'n 15 personen hebben dit jaar een stukje van De Groenzoom voor hun rekening genomen en daar de broedvogels geteld. Ook komend jaar gaan ze dat weer doen. Jan Smith was één van de enthousiaste deelnemers en heeft een heel leuk stuk geschreven over zijn ervaringen gedurende het jaar en de bijeenkomst van vorige week.

 

De Groenzoom - Er gaat een wereld voor mij open (©JanSmith-161028)

'Nou, , alles wat je hier ziet noemen we het glanshaverhooiland in ontwikkeling. Dit gebiedje maakt deel uit De Groenzoom, het natuur- en recreatiegebied van 560 hectare dat ligt tussen de gemeenten Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp en grenst aan Zoetermeer-Rokkeveen.' Aan het woord is de beheerder van dat gebied en hij legt me in het kort uit wat die ontwikkeling inhoudt. We staan in wat officieel de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker, Deelgebied 4 wordt genoemd. 'Dit gebied', zo gaat Cor Noorman verder, 'moet zich in de loop der jaren gaan ontwikkelen tot een glanshaverhooiland. Dit jaar heb ik vastgesteld dat het een belangrijk gebied is voor diverse weidevogels, dat geldt ook voor de percelen eromheen. In dit ontwikkelingsgebied is het belangrijk dat alle weidevogels en vooral de toename daarvan in kaart worden gebracht. Daar hebben we veel vrijwilligers voor nodig.'

Ik had al eerder in de krant alarmerende berichten gelezen over de achteruitgang van de stand van de weidevogels, maar het boeiend betoog van Cor bracht me ertoe mij aan te melden als vrijwilliger-vogelteller. Dat is nu ongeveer vier maanden geleden.

In die vier maanden reed ik, mede dankzij het voortreffelijke (na)zomerweer, nagenoeg elke dag wel één of twee keer in het gebied rond en noteerde er allerlei vogels. I

k verbaasde me erover dat ik na een paar weken al tot een aanzienlijk lange lijst van verschillende vogels kwam. Ik begon het elke dag spannender en interessanter te vinden. Leerde dankzij de beheerder ook om op een andere manier naar vogels te kijken dan ik gewend was; ganzen droegen soms halsbanden, kieviten waren geringd of niet – dat soort dingen was me nooit eerder opgevallen. Wist ik veel. In mijn vroege jeugd nam mijn opa mij regelmatig mee de bossen van Ede in om er naar alle beesten te kijken en mijn vader vertelde rond ons huis welke vogeltjes er allemaal waren. Ik dacht dat ik wel aardig wat van die gevederde beestjes afwist.

Gisteravond was een vergadering van een aantal vrijwilligers en vertegenwoordigers van de beheercombinatie De Groenzoom. Onderwerp was de evaluatie van de broedvogelinventarisatie. Ik wist echt niet wat ik allemaal te horen kreeg. Stuk voor stuk zeer vakkundige mensen die met dingen bezig zijn waarvan ik nu alleen nog maar mag dromen. Er werd voortdurend gesproken over broedvogels hier en broedvogels daar. En toen ik vol trots vertelde dat ik ook een paar zilverreigers had waargenomen, kreeg ik te horen dat dat juist geen broedvogels zijn. Hetgeen mij ertoe bracht om op te merken dat ik dacht dat alle vogels broeden - de vrouwtjes dan -. Ik ben er nu al onsterfelijk door geworden.

Ik was blij dat ik naast Cor mocht zitten die me herhaaldelijk op het hart drukte dat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn aanstaande functie als vogelinventariseerder. Dat is in ieder geval een hele geruststelling. Ik kijk reikhalzend uit naar de cursus Vogelherkenning bij ROTTA.

« terug