28-06-2013 - Tolhek in de Groenzoom

Tot het jaar 1932 werd aan de Klapwijkseweg, op de grens tussen  Berkel en Pijnacker, tol geheven. Wanneer men van de ene naar de andere gemeente wilde, moest er ‘tol’ worden betaald . Voor een of anderhalve cent werd met een grote sleutel het Meerhek, want zo werd het tolhek genoemd, geopend.

Een tolweg was in vroeger jaren heel normaal, elke gemeente had wel een weg waarvoor tol geheven werd. De weg was dan eigendom van iemand en die vroeg geld voor het gebruik van deze weg. De bedoeling was dat met de opbrengst deze weg ook onderhouden werd. Een tol was bijvoorbeeld ook aan de Brasserskade in Nootdorp, aan de Korstverlorenweg in Leidschendam en de Haagweg in Delft. Ook de weg van Berkel naar Bergschenhoek kende een tol.

De tol aan de Klapwijkseweg was een bijzonderheid, omdat zich daar een fraai smeedijzeren hek bevond dat was opgehangen tussen twee pilaren met daarop een leeuwtje met het wapen van Berkel en Rodenrijs. De leeuwtjes zijn later geschonken aan de gemeente Berkel en Rodenrijs.

Lekke banden

Het Meerhek moet al in 1646 hebben bestaan met erfpacht voor de burgemeester van Delft. In het jaar 1847 werd de tol verkocht aan de particulier C.P. van der Burg. De weg werd niet al te best onderhouden, zo nu en dan werden de gaten gedicht met wat puin. Er zaten vooral na regenachtig weer diepe karrensporen in het wegdek; lekke banden voor de fietsers waren dan ook aan de orde van de dag. Aanvankelijk moesten, behalve de spannen van paard en wagen (zoals die van het veevoederbedrijf Treurniet uit Berkel) en de wielrijders, ook voetgangers tol betalen. Later heeft men voor de laatste categorie een draaihek geplaatst, zodat de voetgangers er gratis door mochten. Ook toen al was men inventief om belasting te ontduiken en nam men stiekem de fiets op de nek om vervolgens op die manier, gratis, door de tol te gaan.

Klapwijck

In het jaar 1932 hebben het rijk en de provincie Zuid-Holland de tolrechten afgekocht. Het rijk betaalde 10.000 gulden en de provincie 13.620 gulden, waarbij de gemeente Pijnacker verplicht werd om 60 cent per strekkende meter te betalen voor het onderhoud. Vanaf die tijd is de Klapwijkseweg een provinciale weg geworden.

In het begin van de twintigste eeuw kwam de naam Klapwijk of Klapwijck veel voor in deze contreien. Niet bekend is of de naam van de weg er eerder was dan de bewoners. Meer voor de hand ligt het dat de Klapwijkseweg, en dus ook de wijk Klapwijk, de naam te danken heeft aan deze tol. Een tol werd vroeger ook wel een "klap" of "klaphek" genoemd.

(Bron: Telstar)

« terug